Gas op de tuin

Uit het bouwreglement Bond van Volkstuinders:

9.6 Gaskist
9.6.1. Een gaskist mag niet hoger zijn dan 0.80 m gemeten vanuit het maaiveld.

9.6.2. Een gaskist mag inwendig gemeten niet breder zijn dan 0.45 m. Een gaskist moet aan de onderzijde goed geventileerd zijn.


10. Gas en gastoestellen

10.1. Bij het gebruik van gastoestellen voor aard- propaan- en butaangas, behoren de voor die toestellen en aanleg geldende voorschriften, vervat in de N.E.N., te worden gehanteerd.

10.2. Gasflessen voorraad, installaties en verbruikstoestellen behoren minimaal 1 x per jaar door het bestuur (de bouw- en taxatiecommissie) gecontroleerd te worden. (Eventueel aangevuld met extra leden voor deze controle).

10.3. Gasflessen al dan niet leeg, dienen in een goed geventileerde gaskist (buiten) te worden bewaard. LPG-tanks of cilinders mogen niet worden gebruikt. De aangesloten
gasflessen dienen te zijn voorzien van een goedgekeurde gasdrukregelaar van 30 m.bar. Een gasflesmoet bij een defect of brand snel kunnen worden afgevoerd. Een gaskist mag niet worden afgesloten. * Nutstuinen met schuur: 1 gasfles (waterinhoud 26 liter per fles)

10.5. Gasslangen bij verbruikstoestellen, die in verband met onderhoud of schoonhouden gemakkelijk verplaatsbaar moeten zijn, mogen niet langer zijn dan 0.60 meter. Een gasslang van een gasfles met regelaar naar het aansluitpunt van de installatie mag ten hoogste 1.00 m. bedragen. Onder installatie wordt verstaan een leiding waarop meer dan één verbruikstoestel is aangesloten. Gasslangen moeten aan beide zijden d.m.v. slangklemmen op een slangpilaar worden bevestigd volgens NEN of op de daarvoor bestemde schroefkoppelingen. Gasslangen moeten vrij en ongespannen zijn aangebracht.

10.6. Gasverwarming met een gesloten verbrandingsruimte dient een geheel in koper uitgevoerde leiding en aansluiting te hebben. Direct vóór de kachel moet een afsluitbare kraan zitten. (deze opstelling is een onderdeel van de installatie) Gaskachels met ingebouwde fles mogen niet worden toegepast in tuinhuisjes waarin wordt overnacht.

10.7. Gaskachels met een gesloten verbrandingsruimte dienen voorzien te zijn van een aluminium afvoerpijp, welke dubbelwandig door dak of wand altijd buiten het tuinhuis moet uitkomen. Deze pijp mag maximaal 0,50 meter uit de wand steken en maximaal 0,30 meter boven het dak uit. De afvoer moet bovendien voorzien zijn van een GIVEG gekeurde kap

10.8. Geiseraansluitingen dienen geheel in koperen leidingen te zijn uitgevoerd. Aan de geiser zelf dient een afsluitbare gaskraan te zitten.

10.9. Geisers dienen voorzien te zijn van een aluminium afvoerpijp, welke dubbelwandig door dak of wand buiten het huisje moet uitkomen. Deze afvoerleiding mag maximaal 0,50 meter uit de wand steken en maximaal 0,30 meter boven het dak uit. Een geiserafvoer moet bovendien voorzien zijn van een GIVEG gekeurde kap.

10.10. Kasten met een buitengeveldeur waarin geisers zijn geplaatst moeten voorzien zijn van een extra luchtrooster, onder in de deur aangebracht met een minimale afmeting van 0,20 meter bij 0,10 meter. Dit rooster mag niet in de vloer worden aangebracht aangezien eventueel ontsnappend gas niet onder de vloer van het tuinhuis mag komen.

10.11. Geisers mogen niet in een doucheruimte, toilet of slaapkamer worden geplaatst.

10.12. Gasleidingen behoren van koper te zijn met een diameter van ten minste 8 millimeter. Deze leiding behoort gemakkelijk toegankelijk te zijn en voldoende beschermd. Bij aanleg moeten goedgekeurde bevestigingsmiddelen worden gebruikt. Klemkoppelingen met conische afdichting of capillaire hulpstukken voor hardsoldeer (koper of zilver).

10.13. De verbinding binnenshuis tussen enerzijds een verbruikstoestel en anderzijds de installatie, mag alleen d.m.v. een GIVEG gekeurde slang worden uitgevoerd tot een lengte van maximaal 0,60 meter. Alle verbruikstoestellen moeten zijn voorzien van een afsluitbare kraan. Bovendien moet in de installatie een afsluitbare kraan zijn aangebracht 0,60 meter uit verbruikstoestel, dit omloskoppelen voor onderhoud of schoonmaken te vergemakkelijken.

10.14. Geisers, koelkasten en kachels dienen te zijn voorzien van een thermokoppel en moeten voldoen aan de eisen voor vloeibaar gas, welke zijn vastgesteld door het Gasinstituut te Apeldoorn, het Energiebedrijf en de Milieudienst Amsterdam. Doorvoering van gasleiding door wanden, vloer en plafond moet van koper zijn. Er mogen bovendien geen verbindingen in verwerkt zijn.

10.15. Het is verboden slangen onder vloer tuinhuis of boven plafond door te voeren.

10.16. Het ventilerend oppervlak in een tuinhuis dient ten minste 5% van het grondoppervlak te zijn. Bij verbruikstoestellen zonder gesloten verbrandingskamer dient in de nabije omgeving een ventilatieopening van ten minste 100 cm² aanwezig te zijn, welke niet afsluitbaar is en waarvan de spleet niet kleiner mag zijn dan 20 mm.

10.17. Gasslangen.
Gasslangen mogen slechts worden gebruikt voor het gassoort waarvoor zij zijn beproefd. Tevens moet het jaartal op de slang vermeld staan. Voor butaangas zwarte slang; voor propaangas oranje slang met inlagen. Slangen dienen periodiek vernieuwd te worden. Butaangas zwarte slang na maximaal twee jaar. Slangen voor propaangas moeten vernieuwd worden:
1) oranje slang met textielinlagen; na maximaal drie jaar en met metaalinlagen: na maximaal vijf jaar.
2)oranje slang, volledig van kunststof, vóór het jaartal dat er op vermeld staat. Slangen mogen niet blootgesteld zijn aan weersomstandigheden (of mechanische beschadigingen).Op slangen mogen geen aftakkingen worden aangesloten.

Bouwreglement © Bond van Volkstuinders mei 2009